Spartaan

 
 

Anders dan de andere Grieken

De Spartanen leefden in een stadstaat zonder stadsmuren, in het midden van een vlakke vruchtbare landbouwstreek. De andere Griekse stadstaten waren gelegen op een heuvel, beschermd door muren en dus veel gemakkelijker te verdedigen. Daarbij kwam nog dat de Spartanen de oorspronkelijke bewoners van de streek met geweld tot slaven hadden gemaakt. De Spartanen moesten dus steeds op hun hoede zijn voor invallen van vijanden en voor opstanden van de slaven, die met veel meer waren dan zijzelf. Deze bijzondere situatie maakte van Sparta een bijzondere stadstaat, met een typisch Spartaans karakter.

Spartaans karakter

Je hebt misschien al eens gehoord van een ‘Spartaanse levenswijze’ of een ‘Spartaanse opvoeding’. Deze uitdrukkingen verwijzen naar de situatie in de Griekse stadstaat. De Spartanen, mannen en vrouwen, werden van jongs af aan zwaar getraind. Een sober leven in dienst van de staat en een bikkelharde opvoeding maakten van elke Spartaan een dodelijke vechtmachine. De mannen bleven hun hele leven soldaat. Tot hun dertigste leefden ze gescheiden van hun vrouw in militaire kazernes. Ze aten er een walgelijke bloedsoep, gemaakt van varkensbloed en brood. De vrouwen werden ook getraind, omdat zij de stadstaat moesten verdedigen als de mannen weg waren en ook omdat men geloofde dat getrainde vrouwen gezondere baby’s baren. Zo werd Sparta de machtigste militaire stadstaat in het oude Griekenland.

Het oude Sparta op de voorgrond – het moderne Sparta op de achtergrond ©Ulrich Still

Spartaanse opvoeding

Pasgeborenen werden gekeurd door de oudsten van het volk. Zwakke kinderen werden zonder medelijden in een kloof gegooid. Alleen sterke kinderen mochten verder leven. Zij werden thuis opgevoed tot ze zeven jaar waren. Dan nam de staat de opvoeding over. De kinderen werden ondergebracht in kazernes en moesten er vooral sporten. De Spartaanse kinderen leerden in de eerste plaats gehoorzaamheid, uithoudingsvermogen en hardnekkigheid in het gevecht. Andere ‘normale’ schoolkennis werd tot het strikte minimum beperkt.

De leraren hanteerden nogal bedenkelijke opvoedingsmethodes: ze stookten ruzie tussen de kinderen en gebruikten veel geweld. De kinderen werden speciaal getraind om pijn, honger, dorst, kou en slaapgebrek te verdragen. Ze kregen bijvoorbeeld opzettelijk te weinig te eten. De leraren vonden dit een goede methode om de kinderen tot actie te dwingen. Ze moesten hun eten maar stelen. Maar als ze betrapt werden, kregen ze zeer zware straffen, zoals geseling. Niet omdat ze gestolen hadden trouwens, maar omdat ze zich hadden laten betrappen.

De kinderen waren dan ook buitengewoon voorzichtig. Het verhaal doet de ronde dat een jongen een kleine vos had gestolen. Hij hield die onder zijn mantel verborgen toen hij betrapt werd. Met zijn tanden en nagels scheurde het dier de buik van de jongen open. Die gaf geen kik en hield zijn buit verborgen, tot hij er dood bij neerviel.

terug naar de tijdslijn